TARWE:

Er worden drie soorten tarwe verbouwd, waarvan twee soorten wintertarwe  (Triticium aestivus) en één soort zomergraan of emmertarwe (Triticum dicoccon).

  • Kleine Rode Wintertarwe. Dit is een zachte tarwesoort, die heel geschikt is voor het bakken van brood. De plant wordt tot 1.80 m hoog en heeft lange kafnaalden.
  • Gelderse Risweit. Van dit oergraanras was in 2011 wereldwijd nog maar 7 kg. over. Als er weer voldoende van is gekweekt, zal duidelijk worden wat dit ras kan bijdragen aan de productie en nieuwe gebruiksmogelijkheden.
  • Bruinkafzomeremmer. Dit is een heel oude variëteit; waarschijnlijk meer dan 7.000 jaar oud. Emmer werd al geteeld door de Egyptenaren en stond aan de basis van het Romeinse rijk. In Nederland werd emmer aangetroffen op de zandgronden in talloze opgravingen vanaf de IJzertijd tot in de late Middeleeuwen.

 

ROGGE:

Er wordt één roggesoort verbouwd: Winterrogge of St.Jansrogge. Deze roggesoort wortelt diep en uitgebreid en wordt erg lang, tot 2 meter hoog. Dit langstrogewas is daarom erg geschikt voor dakbedekking, waarvoor het vroeger werd gebruikt.

De naam heeft vermoedelijk te maken met de bloeitijd: rond 24 juni: de geboortedag van St Johannes, die in Zuid-Limburg en in België wordt gevierd met het ontsteken van St.Jansvuren.

 

GERST:

Er worden drie soorten gerst verbouwd:

  • Zomergerst, soort Maartse gerst, variëteit  distuchium. Deze soort heeft maar twee rijen vruchten. Deze zijn groter en allemaal ongeveer even groot. Maartse gerst wordt meestal gebruikt voor het maken van bier.
  • Zomergerst, soort Blauwkafgerst,   variëteit  tetrastichum. De aar bevat dan 4 rijen vruchten, die groter en anders van vorm zijn dan bij de wintergerst.
  • Wintergerst (Hordeum vulgare), variëteit  polystichum. Dat betekent dat alle bloemen in de aar vrucht dragen. De korrels zijn relatief klein, met een hoog eiwitgehalte.

 

HAVER:

Er worden 4 soorten haver als zomergraan verbouwd:

  • Zwarte haver, met als belangrijkste kenmerk dat de rijpe zaden bruin tot zwartbruin zijn gekleurd. Zwarte haver houdt van wat vochtige grond en is bestand tegen kopergebrek in de bodem. Het wordt bij voorkeur ingezaaid op pas ontgonnen heidegronden.
  • Gele haver. Deze soort werd van oudsher op de Brabantse open akkercomplexen en bolle akkers verbouwd.
  • Evene (Avena strigosa; bedekt met stijve aanliggende haren). Dit is een lichte haversoort, die vaak als noodgewas nog laat wordt ingezaaid, als een eerder gezaaid gewas is mislukt. Kleine opbrengst van lichte korrels; vooral als veevoer gebruikt.
  • Aalter troshaver; een oude variëteit met een compacte bloeiwijze.